Beste schepen
Morgen, 25 november, is het de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Geweld tegen Vrouwen. Op die dag dragen mannen en vrouwen over de hele wereld een wit lintje om zich af te zetten tegen geweld op vrouwen en om hun steun te betuigen aan vrouwen die hier reeds mee te maken kregen.
Uit diverse onderzoeken – waaronder Plan International en de Veiligheidsmonitor 2024 – blijkt dat vrouwen, meisjes en LGBTQI+ personen frequent intimidatie, grensoverschrijdend gedrag en onveiligheid ervaren in de publieke ruimte. 95% van de vrouwen geeft aan zich soms onveilig te voelen op straat. Ook andere groepen worden met deze problematiek geconfronteerd, van jong tot oud.
Een veilige publieke ruimte is een basisvoorwaarde voor een leefbare stad. Lokale besturen kunnen hierin een bepalende rol spelen. Een eerste stap is het voorzien van kwalitatieve, gerichte verlichting op álle plekken: niet alleen op de grote assen, maar ook in kleine straatjes, binnenplaatsen, verlaten pleintjes, parken, enzovoort. Een lichtplan waarbij veiligheid een expliciete doelstelling is, vergroot het veiligheidsgevoel en de bewegingsvrijheid van iedereen.
Daarnaast is participatie cruciaal. Dat betekent dat we bij het ontwerp van de publieke ruimte structureel de expertise van diverse gebruikers moeten betrekken: van vrouwenorganisaties tot LGBTQI+ verenigingen, jeugdwerkingen, seniorenraden en toegankelijkheidsadviseurs.
Er zijn in onze stad ook al heel wat mooie voorbeelden van participatie. We waren één van de eerste steden die deelnam aan Safer Cities, en ook het participatieve project Cities by Night van De Grote Post is een mooi voorbeeld. Beide trajecten leveren waardevolle inzichten op over hoe verschillende groepen de stad beleven en welke drempels zij ondervinden.
Daarom heb ik volgende vragen aan het stadsbestuur:
Is de stad bereid een volledige inventaris op te maken van slecht verlichte of als onveilig ervaren plekken?
Is het stadsbestuur bereid om bij de opmaak van nieuwe plannen voor de publieke ruimte systematisch en actief in overleg te gaan met diverse groepen, waaronder vrouwenorganisaties, LGBTQI+ verenigingen, jeugdwerkingen, seniorenraden en toegankelijkheidsexperts, zodat de inrichting van onze stad vertrekt vanuit hun ervaringen en bijdraagt aan een veiligere en inclusievere publieke ruimte?
Ziet de stad de mogelijkheid om bij specifieke infrastructuur (zoals parkeergarages) ook veiligheidsbevorderende ingrepen te voorzien voor wie zich kwetsbaarder voelt?
Zal de stad blijven deelnemen aan trajecten zoals Safer Cities, en hoe zal het stadsbestuur de inzichten uit zowel Safer Cities als uit het project Cities by Night concreet meenemen in toekomstig beleid én in de praktijk?