In het bestuursakkoord 2025-2030 " Voor de toekomst van Oostende" spreekt het bestuur haar ambitie uit: we realiseren betaalbaar en kwaliteitsvol wonen voor elke Oostendenaar tegen 2030. Naast een grondige analyse van de huidige en verwachte woonbehoeften, wordt ook onze lokale woonmarkt doorgelicht. Zo zien we dat Oostende met een aantal belangrijke uitdagingen zit op vlak van wonen:
Onder regie van de Stad zal het woningaanbod verder afgestemd worden op de vastgestelde behoeften en verworven inzichten. Om dit te realiseren zijn duidelijke strategische doelstellingen noodzakelijk. Deze werden opgenomen in het beleidsplan wonen en zullen verder richting geven aan ons lokaal woonbeleid. De vertaalslag werd daarom ook gemaakt in een aantal concrete en duidelijke woonstrategieën.
De Stad is regisseur van haar lokaal woonbeleid. In het Beleidsplan Wonen 2025-2031 werd eerst een analyse gemaakt van de situatie in Oostende. Op basis van deze analyse werden een aantal strategische doelstellingen geformuleerd die de komende jaren verder richting geven aan het woonbeleid:
Het beleidsplan wonen bevat ook al een aantal concrete woonstrategieën en acties die zich niet enkel focussen op permanent en betaalbaar wonen maar ook op leefbare woonomgeving en wijken, de renovatiestrategie, woningkwaliteit, stedenbouwkundige instrumenten, diverse vormen van begeleiding, alternatieve en gemeenschappelijke woonvormen, enz ...
Het lokaal woonbeleid wordt verder ontwikkeld vanuit een beleidsvisie waarin data-analyse en kennisopbouw centraal staan om duurzame en evenwichtige beslissingen te ondersteunen en bij te sturen.
Vlaamse Codex Wonen van 2021, Boek 2 - Deel 2 Lokaal Woonbeleid, Titel 2- artikel 2.3:
De gemeenten hebben conform artikel 2.2, §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 de regierol voor het woonbeleid op hun grondgebied. Dat betekent dat ze binnen de grenzen van het subsidiariteitsbeginsel zorgen voor de uitwerking, sturing, afstemming en uitvoering van het lokaal woonbeleid.
Vlaamse Codex Wonen van 2021, Boek 3, Titel 3, artikel 2.6:
Krachtens artikel 4, §1, van het decreet van 15 juli 2011 worden voor de lokale beleidscyclus 2026 - 2031 de volgende Vlaamse beleidsprioriteiten voor het woonbeleid vastgesteld:
1° de gemeente zorgt voor een divers en betaalbaar woonaanbod afhankelijk van de woonnoden;
2° de gemeente werkt aan de kwaliteit van het woningpatrimonium en de woonomgeving;
3° de gemeente informeert, adviseert en begeleidt inwoners met vragen over wonen.
In het eerste lid wordt verstaan onder de lokale beleidscyclus: de beleidscyclus, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 15 juli 2011.
Rekening houdend met de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in het eerste lid, die geconcretiseerd worden aan de hand van de initiatieven, vermeld in artikel 2.7 tot en met 2.9, voert de gemeente haar eigen lokaal woonbeleid, met bijzondere aandacht voor:
1° de meest woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden;
2° transversale en bovenlokale thema's die raakpunten hebben met wonen.
Keurt het Beleidsplan Wonen 2025-2031 goed (zie bijlage "Beleidsplan Wonen 2025-2031.pdf")