De Gemeenteraad nam op 26 augustus 2019 het reglement van verblijfsbelasting aan voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Op 28 september 2020, op 28 november 2022, op 23 juni 2025 en op 20 oktober 2025 wijzigde de Gemeenteraad dit Besluit.
Doordat de heffingstermijn verstrijkt op 31 december 2025 dient de stad Oostende het reglement van de verblijfsbelasting opnieuw aan te nemen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De Gemeenteraad nam op 26 augustus 2019 het reglement van verblijfsbelasting aan voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Op 28 september 2020, op 28 november 2022, op 23 juni 2025 en op 20 oktober 2025 wijzigde de Gemeenteraad dit Besluit.
Doordat de heffingstermijn verstrijkt op 31 december 2025 dient de stad Oostende het reglement van de verblijfsbelasting opnieuw aan te nemen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Overwegende het feit dat iedereen die op het grondgebied van Oostende verblijft, maar geen bijdrage levert in de financiering van de gemeentelijke uitgaven via de gemeentebelasting, toch enigszins geldelijk moeten bijdragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven;
Het aanbieden van logies brengt voor het gemeentebestuur bijkomende kosten met zich mee op het vlak van veiligheid, afvalbeheersing en onderhoud openbaar domein; Aangezien deze investeringen ook de toeristen ten goede komen;
Overwegende dat het een toeristenbelasting betreft die wordt ingevorderd bij de logiesverstrekker aangezien deze de mogelijkheid heeft deze belasting door te rekenen aan de toeristen;
Gelet op artikel 3,2° van het decreet van 05 februari 2016 houdende toeristische logies hetwelk in een uitdrukkelijke vrijstelling van een jeugdverblijfcentrum voorziet. Overwegende dat jeugdherbergen en jeugdverblijfscentra worden vrijgesteld omwille van hun gebruik voor een door de bevoegde overheid erkend jeugdwerkinitiatief;
De belasting wordt berekend volgens het aantal beschikbare kamers (en volgens een forfaitaire bezettingsgraad) en niet volgens het aantal bezette plaatsen tengevolge van de rechtspraak inzake artikel 464 WIB;
Om de ongelijkheid tussen de belasting bij hotels & B&B's en andere vormen van logiestrekkers (zoals AirBnB en verhuurders via internetplatformen zoals Booking.com,...) weg te werken en iedereen op dezelfde manier te belasten, dient elke logiesverstrekker op het grondgebied Oostende verblijfsbelasting te betalen.
Een verschil in belasting wordt voorzien naargelang de vakantieverhuur al dan niet occasioneel is: een belasting van 275 euro per verblijfseenheid en per kalenderjaar geldt voor kamer gerelateerde logies die voor een maximum van 120 dagen per kalenderjaar op de toeristische markt wordt aangeboden, voor de andere kamer gerelateerde logies geldt een belasting van 825 euro per verblijfseenheid en per kalenderjaar.
Een correcte verblijfsbelasting voor àlle logiesverstrekkers op het grondgebied Oostende, is dienstig voor het budgettair beleid, een goede woonkwaliteit en het toeristisch beheer van de stad, waarbij tegelijkertijd de ongelijkheid, het onveiligheidsgevoel en de concurrentievervalsing aangepakt wordt.
Het is hierbij voor de stad onontbeerlijk om alle logiesverstrekkers, met inbegrip van wie verhuurt via online platformen als AirBnB en Booking.com, in kaart te kunnen brengen.
Vele doch niet al dergelijke logiesverstrekkers zijn gekend bij Toerisme Vlaanderen.
Van vele logiesverstrekkers is ook niet gekend of zij verhuren voor meer of minder dan 120 dagen.
Rekening houdend met de toestand van de stadsfinanciën.
Gelet op de artikelen 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet;
Verwijzend naar het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet van 05 februari 2016 houdende het toeristische logies;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet houdende het toeristische logies;
Verwijzend naar het Decreet 'Iedereen verdient vakantie' van 29 juni 2018, zoals gewijzigd.
Gelet op de omzendbrief inzake de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit KB ABB 2019/2;
Zijn Besluit van 26 augustus 2019, houdende de aanneming van de verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Zijn Besluit van 28 september 2020, houdende de wijziging van de verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Zijn Besluit van 28 november 2022, houdende de wijziging van de verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025.
Zijn Besluit van 23 juni 2025, houdende de wijziging van de verblijfsbelasting voor het derde en vierde kwartaal aanslagjaar 2025.
Zijn Besluit van 20 oktober 2025, houdende de wijziging van de verblijfsbelasting voor het derde en vierde kwartaal aanslagjaar 2025.
Neemt het reglement van de verblijfsbelasting zoals opgenomen in bijlage (GR 2026 - Verblijfsbelasting) aan voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.