Het Gemeenteraadsbesluit van 14 december 2019 houdende aanneming van de Belastingverordening op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd of leegstaand, voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, gewijzigd bij Besluiten van 23 maart 2020, 01 maart 2021, 28 november 2022, 18 december 2023, 24 juni 2024, 24 maart 2025 en 23 juni 2025.
Doordat de heffingstermijn verstrijkt op 31 december 2025 dient de stad Oostende dit Belastingreglement opnieuw aan te nemen en dit voor de periode van 01 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Ook wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele technische aanpassingen en aanvullende informatie aan het belastingreglement en de bijlagen aan te brengen.
Het Gemeenteraadsbesluit van 14 december 2019, houdende de aanneming van de Belastingverordening inzake de belasting op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd of leegstaand voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, gewijzigd op 23 maart 2020, op 01 maart 2021, op 28 november 2022, op 18 december 2023, op 24 juni 2024, op 24 maart 2025 en op 23 juni 2025.
Doordat de heffingstermijn verstrijkt op 31 december 2025 dient de stad Oostende het Belastingreglement opnieuw aan te nemen en dit voor de periode van 01 januari 2026 tot en met 2031.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid. De gemeente kan op basis van deze wetgeving niet alleen een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden, maar ook van ongeschikte, onbewoonbare en verwaarloosde woningen.
Het is wenselijk dat de langdurige leegstand, ongeschiktheid, onbewoonbaarheid en verwaarlozing van woningen in de stad wordt voorkomen en bestreden. Een actief beleid op deze domeinen draagt bij tot een hogere woonkwaliteit, verhoogt het beschikbare woningaanbod en voorkomt verloedering van het straatbeeld en overlast voor omwonenden. Het eerste jaar na opname in het betreffende register wordt ingezet als preventieve herstelperiode. Gedurende deze periode wordt maximaal ingezet op dialoog en samenwerking met de betrokken eigenaar, met als doel tot een duurzame oplossing te komen.
De toepassing van een uniforme tariefstructuur op leegstand, ongeschiktheid, onbewoonbaarheid en verwaarlozing verhoogt de rechtszekerheid voor eigenaars en bevordert de transparantie in de handhaving van het woonbeleid.
Het reglement voorziet in een belasting die jaarlijks toeneemt en na vier jaar een maximumtarief bereikt. Op die manier wordt langdurige onbeschikbaarheid van een woning zwaarder belast dan een tijdelijke situatie. Daarnaast wordt de belasting verhoogd voor woningen met meerdere bouwlagen of met een nuttige oppervlakte groter dan 120 m². Hiermee wordt gedeeltelijk rekening gehouden met de draagkracht van de eigenaar, én wordt ingezet op een efficiënter ruimtegebruik en een hogere activeringsgraad van grotere panden
Het doel blijft: activering en herstel van het woningpatrimonium, ten dienste van een leefbare, kwalitatieve en betaalbare stad
In de artikelen 3 §3, 6 §3 t.e.m. §5, 11 §3 t.e.m. §5, 13 §3 t.e.m. §5, 14 §5 en §6, 16 §2, 17 §3 t.e.m.§ 5, 20 §6, 20 §8 en §9 worden aanpassingen aangebracht waarbij de interne bezwaarprocedure met betrekking tot de opname in de inventarissen wordt gespecifieerd en waarbij het feitenonderzoek van de bevoegde administratie wordt gesanctioneerd bij belemmering.
In artikel 38 wordt de vermelding van de betwisting van de vaststelling van de nuttige oppervlakte en het aantal bouwlagen overeenkomstig enerzijds de artikelen 13 en 19 en anderzijds artikel 7 geschrapt omdat dit onderdeel van de overgangsmaateregelen vanaf 01 januari 2026 niet langer van toepassing is.
Bijvoegen van artikel 39 waarbij wordt verwezen naar de bijlagen die integraal deel uitmaken van het Reglement.
Rekening houden met de toestand van de stadsfinanciën.
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald de artikelen 40, 287 en 288.
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, inzonderheid op Titel III,hoofdstuk II, laatst gewijzigd bij Decreet van 29 maart 2013.
Het besluit van 02 april 1996 van de Vlaamse regering betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen en latere wijzigingen.
Gelet op het Decreet van 22 december 1995, houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, inzonderheid op hoofdstuk VIII, afdeling 2, laatst gewijzigd bij Decreet van 29 maart 2013.
Het Besluit van 12 juli 2013 van de Vlaamse regering betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen.
Gelet op omzendbrief KB/ABB 2019/2 van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur, houdende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het gewijzigde Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en latere wijzigingen, hierna het Decreet Grond- en Pandenbeleid genoemd.
Zijn Besluit van 14 december 2019, houdende de aanneming van de Belastingverordening op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd en leegstaand voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025;
Zijn Besluit van 23 maart 2020, houdende de wijziging van de Belastingverordening op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd en leegstaand voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025;
Zijn Besluit van 01 maart 2021, houdende de wijziging van de Belastingverordening op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd en leegstaand voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025;
Zijn Besluit van 28 november 2022, houdende de wijziging van de Belastingverordening op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd en leegstaand voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025;
Zijn Besluit van 18 december 2023, houdende de wijziging van de Belastingverordening op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd en leegstaand voor de aanslagjaren 2024 tot en met 2025;
Zijn Besluit van 24 juni 2024, houdende de wijziging van de Belastingverordening op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd en leegstaand voor de aanslagjaren 2024 tot en met 2025;
Zijn Besluit van 24 maart 2025, houdende de wijziging van het Belastingreglement op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd en leegstaand voor de aanslagjaren 2025 en 2026.
Zijn Besluit van 23 juni 2025, houdende de wijziging van het Belastingreglement op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd en leegstaand voor het aanslagjaar 2025.
Het Besluit van 10 juli 2009 van de Vlaamse regering, houdende nadere regels betreffende het Leegstandsregister en houdende wijziging van het Besluit van 02 april 1996 van de Vlaamse regering betreffende de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen.
Artikel 23 van de Belgische grondwet.
Neemt de Belastingverordening op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd of leegstaand, opgenomen in bijlagen (GR 2026 - onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd of leegstaand; bijlage 1 - TVVW; Bijlage 2 - AAVW; Bijlage 3 - AALS; bijlage 4 - TVLS; bijlage 5 - aanvraagformulier vrijstelling; bijlage 6 - AAOO), aan voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Belast het College van Burgemeester en Schepenen met het vaststellen van de secundaire modaliteiten.
Deelt de aangepaste beslissing, opgenomen in een gecoördineerde Verordening, mee aan de Vlaamse regering en deelt een voor eensluidend afschrift mee aan de Gouverneur.